Beoordeling:
- (0 stem(men))
U kunt alleen stemmen als u ingelogd bent
Uw winkelmandje is leeg

Week 36

Sofie Sarenbrant

Prijs: € 15.00
280 pagina's, paperback
ISBN: 9789021442082

Over het boek

De zomer is voorbij in het vissersdorpje Brantevik. Voor de families Winter en Malm is het een regenachtige vakantie geweest en de stemming is niet optimaal. De beste vriendinnen Johanna en Agnes zijn allebei zwanger en zullen binnen een paar weken bevallen. In een poging om hun vakantie toch nog vrolijk af te sluiten, bezoeken de stellen een karaoke-avond in de plaatselijke bar. Maar daar gaat iets afschuwelijk mis en wanneer ze de volgende ochtend wakker worden, blijkt Agnes verdwenen. De verdwijning van Agnes is schokkend nieuws en de politie én pers werken er hard aan om de zaak op te lossen. Het wordt een angstaanjagend gevecht met de tijd.

Originele titel Vecka 36
Auteur Sofie Sarenbrant
Uitgever Querido
Leverbaarheid leverbaar
Genre Literaire Thriller
Taal Nederlands
Vertaling Vertaald uit het Zweeds door Bart Kraamer

Met één oog gluurde ze door de smalle kier van de deur. Ze zag
de witte randen van het ledikant en hield haar adem in. Zachtjes
duwde ze de deur nog een paar centimeter verder open om beter
te kunnen kijken. Ja, dit was precies zoals ze het wilde hebben.
Eindelijk kon ze zich ontspannen. De nieuwe plaats van het bed
bij het raam sprak haar meer aan dan de twee plekken die ze eerder
had geprobeerd. Nu hoefde ze niet eens een voet in de kamer
te zetten om alles in de gaten te kunnen houden.
Terwijl ze over de drempel stapte, voelde ze hoe de warmte zich
door haar lichaam verspreidde. Het was nog maar een kwestie
van tijd voordat er iemand in het bedje zou liggen en met zijn
beentjes zou trappelen.
Maar voorlopig was het nog gapend leeg.
Ze trok aan het dunne koord van de speeldoos en de kleine teddybeer
begon ‘Twinkle, Twinkle Little Star’ te spelen. Het koord
werd centimeter voor centimeter in de beer gezogen. Zo direct zou
het ophouden en de beer zou zwijgen. Er kwamen tranen in haar
ogen, ze was zo gauw ontroerd.
De hormonen hadden negen maanden lang een spelletje met
haar gespeeld. Al vanaf de eerste dag was ze bang geweest dat er
iets mis zou gaan. Er mocht niets fout gaan, dat zou ze niet overleven.
Zodra de baby was geboren, kon ze even bijkomen en blij
zijn. Tot dat moment kon ze alleen maar proberen het vol te houden
en volledig te vertrouwen op haar lichaam en de barmhartigheid
van het lot.
Ze kon het niet laten een duwtje te geven tegen de vrolijk gekleurde
speelgoeddieren die ze aan een touwtje aan het plafond
boven het bed had gehangen. De vissen schommelden heen en
weer en draaiden rond. De baby zou het prachtig vinden, het kon
niet anders dan een succes worden.
Alles was zo goed als klaar, maar de baby mocht nog niet meteen
komen, de kamer rook nog steeds naar verf. Vreemd, twee dagen
geleden had ze de laatste laag aangebracht. Had ze misschien
te veel verf gebruikt? Drie lagen waren nodig geweest voordat ze
helemaal tevreden was met het resultaat. Na al dat gezwoeg zou
het niet prettig zijn als je de plamuur er toch nog doorheen zag.
Ze vroeg zich af of ze de verf wel lang genoeg had laten drogen
tussen de lagen, en om het te controleren drukte ze haar wijsvinger
tegen de muur. Haar vingertop bleef een klein beetje kleven en
ze voelde met haar duim of hij plakkerig was.
Nee, nu was de eeuwigdurende voorbereiding aan het ontsporen.
Ze had zoveel tijd tot haar beschikking dat ze niet wist wat ze
ermee moest doen. Natuurlijk zou je de muren niet meer kunnen
ruiken als de kamer in gebruik was genomen, punt. Ze keek om
zich heen en constateerde dat er eigenlijk nog maar twee dingen
moesten gebeuren: het bedje opmaken en de fotolijsten ophangen.
Een gevoel in haar buik waarschuwde haar dat het ongeluk zou
kunnen brengen wanneer alles tot in de puntjes was voorbereid,
terwijl het kind er nog niet eens was. Stel je voor dat er iets mis
zou gaan bij de bevalling. Ze keek om zich heen. Alles was perfect
geregeld. De lakens lagen op een armlengte afstand in de kindercommode,
pas gewassen met een parfumvrij wasmiddel. Vastberaden
schudde ze het onbehaaglijke gevoel van zich af. Ze deed de
commode open en haalde de lakens eruit. Op hetzelfde moment
voelde ze een schop vanbinnen en ze kon dat niet anders opvatten
dan als een aanmoediging. Ze boog zich over het bed en deed
haar best om het lichtgekreukelde hoeslaken op het matras glad
te strijken. Dat was niet gemakkelijk, haar buik zat in de weg. Zo,
nu de matrasbeschermer nog. Ze begon weer opnieuw en duwde
met haar hand tegen het matras. Was dat niet te hard voor een
kleine, tere baby? Ze pakte het zachte, platte kussen op en trok
aan de sloop. Alles was zo klein en lief dat ze weer tot tranen toe
geroerd werd. Het dekbedovertrek lag zacht en volgzaam over de
deken.
Ze opende de gereedschapskist en haalde de boormachine tevoorschijn.
De drie lege lijsten legde ze zolang op het bedje en ze
schoof het een stukje van de muur. Ze deed haar ogen dicht en
stelde zich drie zwart-witfoto’s van het kind voor: een portretfoto,
een close-up van de voeten en een waar het helemaal op stond. Ze
zouden recht boven het hoofd van het kind aan het eind van het
bedje komen te hangen.
Ze mat de afstand, zette een kruisje en richtte de klopboor op
de betonnen muur. Het eerste en tweede gat waren klaar. Net op
het moment dat ze op de knop drukte om de boor voor de laatste
keer krachtig in de muur te drukken, gleed ze uit en raakte haar
linkerhand. Verbaasd liet ze de boormachine op de grond vallen,
gelukkig niet op haar voeten. Ze voelde hoe er druppels van de
gewonde hand vielen en ze dacht maar één ding: dat het bloed
niets in de kamer mocht raken. Dat zou een slecht voorteken zijn.
Op de vensterbank vond ze een dunne katoenen deken, die ze om
haar hand wikkelde terwijl ze tegelijkertijd paniekerig om zich
heen keek. Geen rode vlekken op het dekbed, godzijdank. Het tapijt
was in orde. Ze wilde net opgelucht ademhalen toen ze opeens
verstijfde. Er was iets met een van de lijsten op het bed, die
met de gouden rand waar het portret in zou komen. Haar maag
trok zich samen en ze moest voorover leunen om de pijn te kunnen
verdragen. Verschrikt tilde ze de lijst op en veegde een grote
bloedvlek van het glas.
De speeldoos was opgehouden te spelen.

Zaterdag 28 augustus
De chaos was compleet toen de deuren van de rommelmarkt
van de Hammenhögse sportvereniging een minuut voor de
vastgestelde tijd opengingen. De helden die achter de twee
deuren werkten, werden bijna onder de voet gelopen door opgewonden
koopjesjagers die wisten dat het erop aankwam de
eerste te zijn wilde je iets goeds vinden. De Zweedse behoedzaamheid
was totaal weggevaagd. De rommelmarkt was verspreid
over drie verdiepingen en bij de eerste trap omhoog in
het gebouw liep alles vast, omdat de mensen van twee kanten
naar binnen stroomden. De verkeersopstoppingen op de toegangswegen
naar Stockholm waren hiermee vergeleken een
peulenschil. Een door adrenaline voortgedreven, oudere man
wrong zich vastberaden langs de anderen in de rij, die er op zijn
minst al een uur in hadden gestaan en hun territorium hadden
afgebakend. Hij moest ten koste van alles als eerste naar boven
en Johanna Winter had het gevoel dat ze de verkeerde persoon
op de verkeerde plaats was.
Het ergerlijke was dat ze niet eens naar iets bijzonders op
zoek was, ze wilde gewoon rustig rondneuzen. En nu was ze
in een mijnenveld terechtgekomen. De rommelmarkt van de
Hammenhögse sportvereniging leek altijd op een burgeroorlog.
Ze probeerde zich te beschermen tegen alle scherpe ellebogen.
Een hoogzwangere buik op een binnenpandige rommelmarkt
was niet iets om je gelukkig mee te prijzen, maar het had
geen zin om spijt te hebben. Johanna stond vast en kon alleen
meegaand de stroom volgen. Het claustrofobische gevoel kwam
kruipend opzetten en haar gedachten gingen alle kanten uit.
Ze kreeg plotseling de vreemde indruk dat iemand haar in de
gaten hield. Toen ze haar blik op de hogere verdieping richtte,
dacht ze dat ze een schim zag die om de hoek verdween.
Het was aan het slechte weer te wijten dat Johanna vastgeklemd
stond op een gammele houten trap. En alsof dat niet erg
genoeg was, bevond zich op drie centimeter van haar geurgevoelige
neus de naar zweet stinkende oksel van een man in een
bruin trainingspak. Ze kon zich niet bewegen en zocht wanhopig
naar Eric, maar ze zag alleen driehonderd andere hoofden.
Haar hormonen spoorden haar aan om de man in trainingspak
in zijn arm te bijten, maar het verstand zegevierde. In plaats
daarvan kreeg ze een zure oprisping waar ze haar aandacht op
moest richten. Wat moest ze ermee? Gewoon maar doorslikken.
De week in Skåne was allesbehalve rustgevend geweest,
maar ze had ook niet anders verwacht, aangezien ze met de
familie Malm reisden, inclusief hun drukke dochter Nicole,
die twee was. Ze hadden zich toch nog wel vermaakt. Helaas
voornamelijk onder regenwolken, maar de zon kwam af en
toe tevoorschijn als een kleine herinnering aan het feit dat hij
daadwerkelijk bestond.
Österlen was voor hen allemaal nieuw. Waarschijnlijk waren
ze er nooit terechtgekomen als Johanna’s ouders geen huis hadden
gekocht in het vissersdorpje Brantevik, vijf kilometer ten
zuiden van Simrishamn. De locatie was perfect, op een steenworp
afstand van de twee havens van het dorpje. Een nadeel
was dat het huis klein was, ongeveer vijftig vierkante meter. Als
je door de entree binnenkwam, stond je direct in een gecombineerde
keuken en huiskamer met een hoog plafond en nieuwe,
witgeverfde houten balken. Alles was wit, in elk geval totdat Nicole
aan de slag was gegaan met de verf. Links van de huiskamer
waren de badkamer en een kleine slaapkamer. Boven was
er een knusse slaapzolder met een schuin dak waar zij en Eric
comfortabel sliepen onder begeleiding van de neerkletterende
regen op het zinken dak.
De crux was zoals gezegd de grootte. Agnes en Tobbe waren
eerst van plan met Nicole in de huiskamer te logeren. Tot ze erachter
kwamen hoe klein die was. Godzijdank hadden ze toen
besloten de enige lege kamer van de Lapphörnan te nemen, een
bed & breakfast dat er precies naast lag.
Brantevik was een toevluchtsoord voor kunstenaars. Het krioelde
ervan, trouwe gasten die elke zomer terugkeerden, maar
ze had niet verwacht dat Agnes tot een van die bekeerden zou
behoren. De houding van haar beste vriendin deze week had
haar geïrriteerd. Agnes werd kwaad over kleinigheden en zeurde
meer dan gewoonlijk. Ze had geen zin gehad in een rommelmarkt
en lag nu thuis te mokken.
Maandag was de vakantie voorbij. Johanna zuchtte terwijl
ze vastgeklemd op de trap stond. Haar Eric zou dan achter de
computer gaan zitten en sga- en pga-geheugenparameters in
Oracle-10g-databases afstellen. Dat was zijn werk. Wanneer er
een ora-600-fout opdook in de alert log ging Eric zoeken op
Metalink. De spannendste werkgebeurtenis van het jaar was
wanneer hij een dataguardoplossing met een asynchronieoverdracht
moest opzetten. Dan was zijn adrenalinegehalte even
hoog als het hare wanneer een artikel van haar werd bediscussieerd
in de ochtendprogramma’s op de televisie.
Ze zocht Eric met haar blik, maar kon nog steeds geen glimp
van hem opvangen. Ze verlangde naar zijn grote, warme handen
die haar gespannen schouders en pijnlijke onderrug masseerden.
Het kostte haar moeite om te staan. Het onbehaaglijke
gevoel wilde ook niet weggaan. Ze had sterk de indruk dat iemand
haar vanaf dezelfde plek als daarnet op de hogere verdieping
stond te bekijken. Voorzichtig keek ze omhoog en ze zag
nu een hoofd achter de boekenkasten verdwijnen. Er was werkelijk
iemand die haar in de gaten hield. En haar mobieltje lag
in het huis. Het kon natuurlijk een kind zijn dat een grap met
haar uithaalde, maar ze kreeg steeds sterker het gevoel dat ze
moest maken dat ze hier wegkwam.
Nog maar één dag in Skåne en dan gaan we naar huis, probeerde
ze zichzelf in te prenten. Ze verlangde ernaar om vrij te
zijn en het lekker rustig aan te doen voor de bevalling. Als freelancejournalist
was ze weliswaar bijna altijd aan het werk, maar
ze had geen plannen om weer in vaste dienst te treden. Toen
ze als verslaggeefster voor de avondkrant Pressen werkte, had
ze zich een lijfeigene gevoeld, nu was ze tenminste vrij. Werken
bij een avondkrant was bovendien moeilijk te combineren
met een gezinsleven. Het gebrek aan respect voor mensen waar
bepaalde collega’s blijk van gaven, was de andere reden dat ze
er niet wilde blijven. De beperkte empathie was aan de sfeer te
merken en ze voelde zich er niet prettig bij. En ze was ook zeker
niet de juiste persoon voor zo’n redactie. Ze had nooit spijt gehad
van haar vertrek bij Pressen, maar soms miste ze haar collega’s
en het tempo.
Op het ogenblik was ze om natuurlijke redenen helemaal niet
met haar carrière bezig. Ze zou binnenkort haar eerste kind
krijgen. Het was nog maar een kwestie van weken, misschien
dagen. Ze keek met angstige verrukking uit naar de bevalling.
Ze was niet de enige die dat gevoel had. Onwaarschijnlijk genoeg
waren zij en haar beste vriendin bijna gelijktijdig zwanger
geworden. Allebei waren ze in hun derde trimester, Johanna
zou binnen enkele weken haar kind krijgen en Agnes iets later.
Hun gemeenschappelijke vrienden waren ervan overtuigd dat
ze samen hadden overlegd, maar dat was niet zo.
Ze rilde van onbehagen en had het gevoel dat ze voor eeuwig
in deze rommelmarkthel zou moeten blijven. Troostend klopte
ze op haar uitpuilende navel en ze vroeg zich af wat voor kleine
schelm zich erachter verborg. De baby drukte met een hiel terug.
Er was geen sprake meer van schoppen of van koprollen,
er was geen millimeter meer over in de op barsten staande buik.
In tegenstelling tot Agnes had ze niet willen weten wat het geslacht
was, maar diep van binnen hoopte ze dat het een meisje
zou zijn, iets wat ze niet eens tegen haar beste vriendin had gezegd.
Ze wist dat je geen voorkeur voor een bepaald geslacht
mocht hebben en begreep de logica ervan.
De drukte op de gammele trap begon minder te worden
en ze haalde opgelucht adem toen ze boven was en zich tussen
de tweedehands boeken kon verbergen. De prijzen waren
verschrikkelijk hoog, dus ze kocht niets. Ze had niet meer het
gevoel dat ze bekeken werd, maar ze wachtte toch nog even
voordat ze tegen de stroom in naar de uitgang durfde te gaan.
Ze wilde hier alleen maar weg.
Toen ze er eindelijk in geslaagd was om de gevangenis uit te
komen, stelde ze vast dat het haar gelukt was zonder in te storten.
Het onbehaaglijke gevoel verdween met de wind. Het weer
was omgeslagen; de hemel was donkerder en er stond een koude
wind. Het alledaagse leven in Stockholm leek plotseling weer
aanlokkelijk. Ze wilde naar huis om zich voor te bereiden op de
bevalling. Ze moest nog maar één dag door zien te komen.
‘Hé, ben je hier?’
Johanna schrok en draaide zich om.
‘Laat me niet zo schrikken, Tobbe,’ zei ze en ze lachte opgelucht
toen ze besefte dat het geen gek was. ‘Ik dacht dat jij en
Agnes in Brantevik zouden blijven.’
Tobbes blik werd iets donkerder.
‘Ik hou het niet vol om de hele dag alleen maar thuis te zitten,
dus ben ik jullie achternagereden. Zij blijft thuis met Nicole.
Waar is Eric?’
‘Hier,’ antwoordde Eric, die net op dat moment naar hen toe
kwam lopen met een onidentificeerbare bal in zijn rechterhand.
‘Ik heb een kogel gevonden voor tien kronen.’
Johanna glimlachte. Alle prullen van Eric zouden binnenkort
opgeslagen moeten worden bij Shurgard en dat zou nóg een
maandelijkse uitgave voor hen worden. Ze zuchtte en liep met
zware stappen naar de auto.

  Beloftevol

Geschreven door G. Swaenepoel op 18 april 2012

Johanna en Agnes zijn hoogzwanger en zijn er met hun gezinnen een weekje op vakantie in het Brantevik. Op de laatste trekken ze naar een karaoke-avond. Maar Agnes en haar man Tobbe krijgen ruzie en Agnes loop kwaad weg. Tobbe blijft doordrinken. De volgende ochtend wordt hij alleen wakker wordt. Agnes is spoorloos verdwenen.  Inspecteur Lars Räffel leidt samen met Hakan Fors het onderzoek. Dat vordert moeizaam. Ook misdaadjournalist Göran Rosenlund uit Stockholm bijt zich in de zaak vast.  Wanneer het lichaam van een zwangere vrouw gevonden wordt, vreest men voor het ergste. Maar het gaat niet om Agnes… Week 36 –zover is Agnes’ zwangerschap gevorderd- is een mooi en beloftevol debuut. Allen het einde vond ik wat van het goede teveel. Maar Sarenrbant is als misdaadauteur zonder meer een belofte. 

  Zeer verdienstelijk debuut

Geschreven door Wim Krings op 16 februari 2012

Een goed geschreven debuut met een verhaal dat uit meerdere perspectieven wordt gevolgd. Knap gedaan en het verhaal blijft goed te volgen. Het komt wel vaker voor dat veel verhaallijnen het verhaal niet ten goede komen maar in dit boek zijn er maar weinig losse eindjes. Een enkele verhaallijn is wat minder ter zake doende maar dat valt dus reuze mee als je naar de rest van het boek kijkt.

Johanna en Agnes zijn beide 36 weken zwanger en zijn samen met hun gezin op vakantie. Op de laatste avopnd gaan ze op stap maar tussen Agnes en haar man botert het nbiet zo goed en Agnes gaat al eerder terug en verdwijnt. Waar is ze gebleven en waarom is ze ontvoerd? Er wordt geen losgeld gevraagd en aan alle betrokken blijft de verwijning knagen.

Het boek volgt vornamelijk Johanna, de man van Agnes en de politieagent die de zaak in behandeling heeft. Het perspectief wisselt regelmatig en dat maakt het boek extra boeiend. Je wil weten wat de gedachten van een ieder zijn en hoe ze er mee omgaan.

Het einde is een gedurd einde voor een debuut. Dat smaakt in ieder geval naar meer en wat mij betreft mag het volgende boek van Sofie Sarenbrant snel komen!

  Uitstekend debuut

Geschreven door flowingfemke op 13 april 2012

Sofie Sarenbrant heeft met Week 36 een uitstekende debuutroman geschreven, een thriller met een verrassende verhaallijn en een spannend plot.

Twee jonge families hebben een regenachtige vakantie doorgebracht in het vissersdorpje Brantevik. De stemming is niet optimaal en de laatste avond besluiten ze de avond door te brengen in de plaatselijke karaoke-bar. De twee vriendinnen Johanna en Agnes zijn beide hoogzwanger. Agnes en haar man Tobbe hebben al een dochtertje, Nicole. De avond verloopt niet naar wens en de volgende ochtend wordt duidelijk dat Agnes is verdwenen. Het spoor loopt dood en de politie werkt uit alle macht om deze zaak op te lossen. Johanna en haar man Eric vertrekken naar huis met het dochtertje van Agnes en Tobbe. Tobbe blijft in eerste instantie achter om mee te helpen met zoeken. Dan spoelt er een lijk aan van een jonge vrouw….

In de roman wordt ook het personage van de misdaadverslaggever Göran Rosenlund opgevoerd maar deze persoon voegt voor mij niet zoveel toe, misschien omdat ik hem irritant vond. Hij gaat erg ver in zijn honger naar een primeur. Dit vond ik overigens een klein minpuntje bij een boek wat goed en prettig leesbaar is, korte heldere hoofdstukken. Het plot is goed uitgewerkt en tot op het laatst is het niet helemaal duidelijk wie de dader is. Het einde vraagt om meer en het zal mij niet verbazen dat er nog een vervolg komt. Sofie Sarenbrant, we horen vast meer van haar.

  Zwangerschaps drama

Geschreven door leeuwin op 26 februari 2012

   Aanrader!

Deze pageturner wil ik graag even onder de aandacht brengen. Het is het debuut van Sofie Sarenbrant. Een zeer aangrijpende en super spannende thriller.
Een pittig verhaal als je misschien zwanger bent of net een kleintje hebt gekregen.
Je word gelijk gegrepen door dit verhaal en heeft een bijzonder spannend plot.
... Weer zo´n heerlijk boek wat je gewoon niet weg kunt leggen.
Ik heb nu toch al aardig wat thrillers gelezen maar het blijft me verbazen dat met name debutanten toch weer met een fris en vernieuwend verhaal op de proppen kunnen komen. Een toppertje Sofie. Ik hoop gauw nog meer van je werk te kunnen gaan lezen.

Thanks Sofie. Until your new book.

Als u ingelogd was zou u hier een eigen recensie kunnen toevoegen.